VMO (Voorbereidend Marktonderzoek)
Collegejaar 2009/2010, periode 1 en 2
Naar sleperspagina LINKS

De binomiale kansverdeling

TOP

 

Klassenvoorbeeld

De kans op succes ofwel de kans dat een obligatie in de 3e uitloting wordt uitgeloot is gelijk aan 0,20. De kans op mislukking is dan logischerwijs gelijk aan 0,80.

Men is in het bezit van 4 obligaties.

a)       Bereken de kans dat er precies één van de obligaties wordt uitgeloot in de 3e uitloting. 

Dus dit is de kans dat één obligatie wordt uitgeloot en drie obligaties niet worden uitgeloot. De kans op 1 succes en 3 mislukkingen.

Uit kansrekening weet men nog dat het woordje “en” betekent dat we kansen moeten vermenigvuldigen, dus 0,2*0,83 = 0,1024.

b)       Waarom staat er eigenlijk 0,83 en niet gewoon 0,8?

Echter het hoeft niet persé de 1e obligatie te zijn die een succes oplevert, dat kan ook de 2e zijn of de 3e of de 4e. Uit kansrekening weet men nog dat het woordje “of” betekent dat we kansen moeten optellen.

c)       Ga na dat de totale kans op 1 succes en 3 mislukkingen gelijk is aan 4*0,2*0,83.

d)       Bereken nu zelf de totale kans op 2 successen en 2 mislukkingen.

e)       Bereken nu zelf de totale kans op 4 mislukkingen.

TOP

 

Definities

Een situatie herkennen waarin we de binomiale kansverdeling moeten toepassen kan aan de hand van de volgende kenmerken; altijd maar 2 mogelijke uitkomsten met constante kansen en die elkaar niet onderling beïnvloeden.

De algemene formule om binomiale kansen te berekenen luidt als volgt:

.

Deze formule ruilen we snel in voor het gebruik van de GRM of PQRS.

TOP

 

Theorie

Er bestaat een aantal kansvariabelen, waarvan de uitkomstenruimte vanzelfsprekend uit 2 uitkomsten bestaat:

-    het werpen met een geldstuk        :  kop of munt

-    een geboorte                               :  jongen of meisje

-    een meerkeuzevraag                    :  goed of fout

-    een warenkeuring                        :  goed- of afgekeurd

 In het algemeen worden de 2 mogelijke uitkomsten aangegeven met 'Succes' en 'Mislukking'. De kansen op deze uitkomsten noteren we als volgt: P(Succes) = p en P(Mislukking) = q = 1 - p. Een dergelijk experiment wordt in de praktijk vele malen uitgevoerd of herhaald, steeds met dezelfde beginsituatie; de kans op 'Succes' (en 'Mislukking') is bij iedere poging hetzelfde.

In de les Kansrekening zijn we al enkele van dit soort opgaven tegengekomen.

U houdt een telefonische enquête onder bedrijven in de regio Arnhem. Uit eerdere onderzoeken weet u dat de non respons (bedrijven willen of kunnen geen medewerking verlenen aan de enquête) 30% zal zijn.

Dus een bedrijf werkt wel mee (succes) of niet mee (mislukking).

De 7%-obligatielening van de gemeente Failliserwaard heeft een looptijd van 20 jaar. Er vinden 4 uitlotingen plaats voor het einde van deze looptijd. De 5e en laatste uitloting staat gelijk aan het vereffenen van de lening. In totaal zijn er 5000 obligaties van nominaal €1.000,- verhandeld. Per uitlo­ting worden er nu 1000 obligaties uitgeloot. Bij de laatste uitloting worden de laatste 1000 obligaties sowieso uitbe­taald. 

Dus een obligatie wordt wel (succes) of niet (mislukking) uitgeloot bij de 3e uitloting.

Kortom bij een binomiale kansverdeling gaat het om de volgende situatie:

*        een herhaling van steeds dezelfde beginsituatie,

*        per experiment steeds twéé uitkomsten, Succes en Misluk­king,

*        P(Succes) = p en P(Mislukking) = q = 1 - p zijn per experiment steeds hetzelfde.

*        Er is sprake van een reeks onafhanke­lijke experimenten. De uitkomst van bijvoorbeeld de vijfde poging wordt op geen enkele manier beïnvloed door de eerste vier uitkomsten. En net zo heeft het resultaat van het vijfde experiment geen enkele voorspellende waarde voor de uitkomst van het zesde experiment.

De algemene formule om binomiale kansen te berekenen luidt als volgt;

                                        

waarbij         n = aantal experimenten

                    k = aantal successen

                    p = kans op succes

                    1-p = kans op geen succes ofwel mislukking

TOP

 

Voorbeeld 1 met de GRM

De binomiale kansverdeling staat ook in het 2nd - VARS ofwel het DISTR menu.

Met de pijltjes-toets scrollen we naar mogelijkheid A:binomcdf .

Voer allereerst de verzonnen parameters n=52 en p=0,65 in. Let op de rol van de punten en de komma’s in de syntax. Gevolgd door de grenswaarde 38.

 

De invoervolgorde luidt dus als volgt: binomcdf(aantal experimenten, succeskans, aantal successen)

De GRM berekent met binomcdf de kans op of 0 of 1 of 2 of 3 of ….. of 38 successen, ofwel de kans op hoogstens 38 successen.

binonpdf(52,0.65,38) = 0,0569 berekent de kans op precies 38 successen.

Hoe moeten we dan met de GRM de kans op minstens 38 successen berekenen?

 LET OP! We hebben de eerste 37 successen niet nodig.

TOP

 

Voorbeeld 1 met PQRS

De eerste stap is het kiezen van de kansverdeling die je wilt in het 'distribution' dialoog venster. Standaard is PQRS ingesteld op de normale verdeling. Wij kiezen bv. 'binomial' (dit is de binomiale verdeling).

Vervolgens moeten de parameters van de kansverdeling ingevuld worden. Bij een binomiale verdeling zijn dat dus de waarden van n en p. We nemen weer de verzonnen parameters n=52 en p=0,65. De grafiek van de kansfunctie verschijnt nu in beeld.

We kunnen nu meteen in de onderste regel aflezen dat:

*        de kans op hoogstens 33 successen gelijk is aan 0,4595

*        de kans op minstens 34 successen gelijk is aan 0,5404

De gevraagde kansen hadden te maken met de waarde 38. Verander de waarde 33,8 in 38.

We kunnen nu meteen in de onderste regel aflezen dat:

*        de kans op minder dan 38 successen gelijk is aan 0,8596

*        de kans op precies 38 successen gelijk is aan 0,0569

*        de kans op meer dan 38 successen gelijk is aan 0,0834

Dus de kans op hoogstens 38 successen is gelijk aan 0,8596 + 0,0569 = 0,9165

en de kans op minstens 38 successen is gelijk aan 0,0569 + 0,0834 = 0,1403.

TOP

 

Opdrachten

 

Opdracht 1

De kans dat een willekeurig bedrijf te maken krijgt met transportschade is gelijk aan 0,81.

a)       Bereken de kans dat er precies 2 van de 20 bedrijven te maken krijgen met transportschade.

b)       Bereken de kans dat er minstens 4 van de 50 bedrijven te maken krijgen met transportschade.

Opdracht 2

Na verbetering van het productieproces weten we dat 4,5% van de pakjes lichter is dan 253,8 gram. Men controleert van 90 halfponds pakjes margarine het gewicht.

a)       Bereken de kans dat precies 2 pakjes lichter zijn dan 253,8 gram.

b)       Bereken de kans dat meer dan 86 pakjes zwaarder zijn dan 253,8 gram.

c)       Bereken de kans dat minstens 7 en minder dan 13 pakjes lichter zijn dan 253,8 gram in een steekproef van 90 stuks.

Opdracht 3

Een bedrijf maakt een product A. Er wordt gestreefd naar een productie van 5000 eenheden per week. Door allerlei omstandig­heden varieert de geproduceerde hoeveelheid. Voor iedere werk­week van vijf dagen zijn de productiegrootte en de kans op die productiegrootte bekend.

De kans dat een willekeurige werkweek een geproduceerd aantal van minstens 5000 eenheden oplevert is gelijk aan 0,65.

a)       Bereken de kans dat er precies 8 van de 42 werkweken een geproduceerd aantal van minstens 5000 eenheden oplevert.

b)       Bereken de kans dat er hoogstens 38 van de 50 werkweken een geproduceerd aantal van minstens 5000 eenheden oplevert.

Opdracht 4

Neem aan dat bij een levering van waren de kans 10% is dat een product onbruikbaar is.

a)       Bereken met de formule de kans dat er bij een levering van 5 stuks precies twéé onbruikbaar is.

b)       Bereken de kans dat er bij een levering van 33 stuks minstens 6 onbruikbaar zijn.

c)       Bereken de kans dat er bij een levering van 81 stuks hoogstens 67 bruikbaar zijn.

Opdracht 5*

In een partij van 10 lampen is de kans 75% op een goede lamp.

 

a)       Bereken de kans dat er hoogstens 4 lampen goed zijn.

b)       Bereken de kans dat er precies 8 lampen goed zijn.

c)       Bereken de kans dat er minstens 4 lampen niet goed zijn.

Opdracht 6*

Uit een zeer grote partij batterijen worden willekeurig 6 batterijen gekozen. Als 40% van de batterijen in de hele partij kapot is, hoe groot is dan de kans dat er niet meer dan 4 van de 6 uitgekozen batterijen kapot zijn?

Opdracht 7*

Van een grote partij diepvriesboerenkool bevat 5% het vergif nitriet. Een supermarkt koopt 100 pakken in. Hoe groot is de kans dat er minder dan vier pakken giftig zijn?

Opdracht 8

In een onderzoek naar de spontane naamsbekendheid  van de zoekmachine “Ilse” werd o.a gevraagd: Welke zoekmachines om bv gegevens via internet te zoeken kent U?
Hieruit bleek dat 35% van de ondervraagden  als antwoord de zoekmachine Ilse noemden.
Gebruik bovenstaande gegevens om de volgende vragen te beantwoorden:

a)      Bereken de kans dat in een aselecte steekproef van 10 mensen precies 8 ondervraagden de zoekmachine Ilse kennen.

b)      Bereken de kans dat in een aselecte steekproef van 80 mensen minstens 22 ondervraagden , maar niet meer dan 35 ondervraagden de zoekmachine Ilse kennen.

c)      Bereken de kans dat in een aselecte steekproef van 100 mensen hoogstens 75 ondervraagden de zoekmachine Ilse niet kennen.

Opdracht 9*

In 1994 is volgens het Statistisch Jaarboek 1998 15,32% van de 111.000 miljonairs jonger dan 45 jaar. Voor deze opgave stellen we dit percentage gelijk aan 16%.

a)       Bereken de kans dat er precies 9 van de 30 miljonairs jonger zijn dan 45 jaar.

b)       Bereken de kans dat er hoogstens 36 van de 150 miljonairs jonger zijn dan 45 jaar.

Volgens een steekproef in 1999 zijn er 48 van de 200 miljonairs jonger zijn dan 45 jaar. Neem aan dat het percentage miljonairs jonger dan 45 jaar nog steeds gelijk is aan 16%.

c)       Bereken de kans dat er minstens 48 miljonairs van de 200 miljonairs jonger zijn dan 45 jaar. Aan welk uitgangspunt begint men te twijfelen na dit herhalingsonderzoek? Motiveer.

Opdracht 10

Uit regelmatige steekproefcontroles blijkt dat 2% van de geproduceerde balpen-vullingen niet voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen.

a)       Bereken de kans dat er precies 4 van de 75 geproduceerde balpen-vullingen niet voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen.

b)       Bereken de kans dat er hoogstens 6 van de 300 geproduceerde balpen-vullingen niet voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen.

c)       Bereken de kans dat er minstens 96 van de 100 geproduceerde balpen-vullingen wel voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen.

d)       Bereken de kans dat er minstens 1 en minder dan 5 van de 150 geproduceerde balpen-vullingen niet voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen.

Opdracht 11

Een pakje shag moet minimaal 60 gram wegen. Een machine is zo afgesteld dat het gewicht normaal verdeeld is met verwachting m = 52 gram en standaarddeviatie s = 4 gram.

a)       Controleer dat de kans dat een pakje shag minder dan 50 gram bevat gelijk is aan 0,3085.

b)       Bereken de kans dat van de 60 pakjes shag er precies 12 minder dan 50 gram bevatten.

Door een verandering van het productieproces is de kwaliteit van het product verbeterd. In slechts 15% van de pakjes shag bevat minder dan 50 gram.

c)       Bereken de kans dat van de 60 pakjes shag er precies 12 minder dan 50 gram bevatten.

d)       Bereken de kans dat van de 250 pakjes shag er minstens 225 meer dan 50 gram bevatten.

TOP 


Bijgewerkt op 7 juni 2010
©Jos Seegers