Kansrekening
Klassenvoorbeeld 1
De kansverdeling van schadeclaims voor
autoschade die worden uitgekeerd door een verzekeringsmaatschappij
volgt hieronder;
|
Betaling |
Kans |
|
0 |
0,90 |
|
400 |
0,04 |
|
1000 |
0,03 |
|
2000 |
0,01 |
|
4000 |
0,01 |
|
6000 |
0,01 |
a) Bereken de kans op een betaling van meer dan $4000.
b) Bereken de kans op een betaling van minstens $400 maar minder
dan $4000.
c) Bereken op twéé manieren de kans op een betaling van meer dan
$0.

Klassenvoorbeeld 2
Beschouw de uitbetaling per spel.
|
Uitkering in euro |
0 |
1 |
2 |
3 |
|
Kans |
0,62 |
0,25 |
0,1 |
0,03 |
Bereken de verwachting en de bijbehorende
standaarddeviatie

Klassenvoorbeeld 3
Uit de gegevens van de eerste 5 maanden dat het
restaurant geopend is wordt voor het aantal personen waaruit het
eetgezelschap bestaat de volgende kanstabel opgesteld;
|
Aantal personen |
2 |
4 |
5 |
6 |
10 of meer |
|
Kans daarop |
0,35 |
0,10 |
0,15 |
0,20 |
0,20 |
a) “In de meeste gevallen bestaat het eetgezelschap uit 2 personen.
Dus we moeten ons restaurant aantrekkelijk maken voor tweetallen”.
Bent u het eens met deze conclusie van de bedrijfsleider? Motiveer.
b) Welke aanname moet men maken om de verwachting van het aantal
personen per eetgezelschap te kunnen berekenen? Motiveer.
c) Geef in gewoon Nederlands en in termen van de context de
betekenis van het gegeven dat de verwachting gelijk is aan 6,25.
d) Bereken de standaarddeviatie van het aantal personen waaruit het
eetgezelschap bestaat als gegeven is dat de gezelschappen van 10 of
meer personen gemiddeld bestaan uit 18 personen. Antwoord op 1
decimaal afronden.

Definities
Een schematische weergave maken van alle
mogelijk uitkomsten kan middels een kanstabel of een
boomdiagram.
Men kan een kans berekenen door middel van
vermenigvuldigen als er sprake is van de onderstaande situaties.
* in een kanstabel met rijen voor meerdere personen tegelijk toe
te passen
* in een boomdiagram door één “boom” over meerdere takken te
volgen
Vermenigvuldigen gebeurt als meerdere
deelresultaten allemaal verkregen moeten worden voor één
eindresultaat. Naarmate er meer eisen gesteld worden, zal de kans op
een gunstige uitkomst kleiner worden.
Men kan een kans berekenen door middel van
optellen als er sprake is van de onderstaande situaties.
* in een kanstabel met meerdere rijen
* in een boomdiagram met meerdere takken
Optellen gebeurt als een bepaald resultaat op
meerdere manieren verkregen kan worden. Naarmate een resultaat op
meer manieren verkregen kan worden, zal de kans op een gunstige
uitkomst groter worden.
1.
De eis voor een kans is dat een kans groter of gelijk
is aan 0 en kleiner of gelijk aan 1.
2.
Dus ook na een optelling of een vermenigvuldiging van kansen
ligt de nieuwe kans altijd tussen 0 en 1.
3.
Soms is het gemakkelijker om de gevraagde kans te berekenen
door de overige kansen van 1 af te halen. Deze zogenaamde
complementregel scheelt dan (behoorlijk) wat rekenwerk.
De verwachting, of verwachtingswaarde,
is het gewogen gemiddelde dat men mag verwachten als het experiment
een groot aantal keren zou worden herhaald. De toekomstige
uitkomsten liggen verspreid in de buurt van de verwachting. Een
goede maat voor de spreiding kennen we al, namelijk de
standaarddeviatie.

Theorie
Als men onderzoek doet binnen een bedrijf, over
dat bedrijf en alleen bestemd voor het management van dat bedrijf,
dan kan men wellicht volstaan met beschrijvende statistiek. Maar
wanneer men de uitkomsten van het onderzoek wilt generaliseren naar
een groter geheel of naar de nabije toekomst dan heeft men iets meer
nodig. Want in dat geval zijn de dingen die men bekeken heeft maar
een deel van het totaal, een steekproef. En op dat moment heeft men
verklarende statistiek, ofwel kansrekening nodig.
Daarom bespreken we nu enkele basisprincipes
van de kansrekening. We kijken naar een tweetal vaak gebruikte
kansverdelingen. Met als doel dat men enig gevoel krijgt voor kans
en toeval. Is vijf keer met een munt tossen en vijf keer kop krijgen
toevallig of klopt er iets niet met die munt? En hoe zit dat als men
vijftig keer tost en vijftig keer kop krijgt?
Onder de eersten die zich op een
systematische manier bezig hielden met het bestuderen van het
mogelijke verloop van kansspelen waren de Franse wiskundigen Pascal
en Fermat. Zij kregen vragen voorgelegd van edellieden die wilden
weten hoe de inzet verdeeld moest worden bij voortijdig afgebroken
gokspelen. Door hun oplossingen van deze problemen zijn zij de
grondleggers geworden van wat nu bekend staat als kansrekening.
Een modernere variant treft men aan bij de
levensverzekeringswiskunde en de statistische proces controle.
Een onmisbaar hulpmiddel bij de kansrekening is
het maken van een overzichtsschema van alle mogelijkheden met
bijbehorende kansen.
We zullen in het kort de belangrijkste
overzichtsschema’s laten zien. In het vervolg van de opgaven moet
men dan zelf maar beslissen welk overzichtsschema het beste past bij
de gegevens.
We beginnen met een schema’s die bekend
voorkomen uit het maken van tabellen en grafieken uit de vorige
periode.

Kanstabel
De antwoorden op de vraag naar het inkomen
leverde het volgende inzicht op over de mogelijke inkomensverdeling;
|
Inkomensklasse
(in euros) |
kans op dit inkomen
(in percentages) |
|
< 1000 |
13 |
|
1000 -< 2000 |
34 |
|
2000 -< 3000 |
28 |
|
³ 3000 |
25 |

Boomdiagram
Dit voorbeeld laat via een boomdiagram zien hoe
het marktaandeel van het welbekende merk X tot stand komt.
(Bron:Nieuwstribune van 26-3-92)
De mogelijkheden voor de toekomst worden
gebaseerd op een analyse van het (recente) verleden.
Om in te schatten of een consument X zal kopen
zijn twee zaken van belang:
1e De merkaanhang (met een duur woord 'consumer franchice')
waarbij de consument zijn houding t.o.v. merk X aangeeft. Hierdoor
ontstaat een vierdeling onder de consumenten.
Groep 1: zegt zeker X te gaan kopen.
Groep 2: zegt waarschijnlijk X te gaan kopen.
Groep 3: zegt misschien X te gaan kopen.
Groep 4: zegt X niet te gaan kopen.
Er zijn meettechnieken ontwikkeld om te bepalen in welke groep
een consument past.
2e De koopwaarschijnlijkheid binnen elke groep. Deze wordt
ingeschat door te bepalen welk percentage binnen elke groep de
laatste keer X heeft gekocht.
Voor merk X blijkt nu te gelden:

De verwachting en bijbehorende
standaarddeviatie van een kansvariabele zijn om dezelfde manier
te berekenen als een paar weken geleden het rekenkundig gemiddelde
en standaarddeviatie van een kolom gegevens. Echter er is één groot
verschil.
Het gaat nu niet om een kolom gegevens uit het
verleden die zijn waargenomen middels een enquête en dus vastliggen.
Niet alleen de kwaliteit, het gegeven zelf, maar ook de kwantiteit,
de frequentie, is bekend.
De kolom gegevens van de toekomst zijn de
mogelijke uitkomsten of waarschijnlijke uitkomsten. En geteld hebben
we de uitkomsten zeker niet. We kunnen dus niet praten over
frequenties maar over de bijbehorende kansen.
De verwachting, of verwachtingswaarde, is het
gewogen gemiddelde dat men mag verwachten als het experiment een
groot aantal keren zou worden herhaald. In onderstaand voorbeeld
kijkt men dus eigenlijk niet na de resultaten bij één persoon maar
naar een heleboel personen bij elkaar. De verwachting is als het
ware een theoretisch gemiddelde.
Door de onzekerheid, weergegeven in de kansen,
is de toekomstige uitkomst niet precies gelijk aan dit theoretisch
gemiddelde, de verwachting. De toekomstige uitkomsten zitten wel in
de buurt van de verwachting. De toekomstige uitkomsten liggen als
het ware verspreid in de buurt van de verwachting. Een goede maat
voor de spreiding kennen we al, namelijk de standaarddeviatie. Deze
kunnen we ook nu weer gebruiken want we ruilen de frequenties gewoon
in voor de kansen.
De antwoorden op de vraag naar het inkomen
leverde het volgende inzicht op over de mogelijke inkomensverdeling;
|
Inkomensklasse
(in euros) |
aantal personen met dit inkomen
uit enquête in het jaar 2000
(in percentages) |
kans op dit inkomen
in enquête in het jaar 2003 |
|
< 1000 |
13 |
0,13 |
|
1000 -< 2000 |
34 |
0,34 |
|
2000 -< 3000 |
28 |
0,28 |
|
³ 3000 |
25 |
0,25 |

Opdrachten
Opdracht 1
De antwoorden op de vraag naar het inkomen
leverde het volgende inzicht op over de mogelijke inkomensverdeling;
|
Inkomensklasse
(in euros) |
kans op dit inkomen
(in percentages) |
|
< 1000 |
13 |
|
1000 -< 2000 |
34 |
|
2000 -< 3000 |
28 |
|
³ 3000 |
25 |
a) Hoeveel procent van de respondenten verdient 2000 euro of meer?
b) Bereken de kans dat van 4 willekeurige personen de 1e persoon
een inkomen van minder dan 1000 heeft en de 2e persoon tussen 2000
en 3000 en de 3e persoon een inkomen van 1000 of meer en de 4e
persoon ook 1000 of meer.
c) Bereken de kans dat precies 2 personen ieder 2000 of meer
verdienen en precies 2 personen tussen de 1000 en 2000.
Verder is gegeven dat de man/vrouw verhouding
bij de gegevens gelijk is aan 33% / 67%. Men neemt uit de stapel
gegevens willekeurig één persoon.
d) Kan men de kans berekenen dat men te maken heeft met een vrouw
die tussen de 2000 en €3000,- verdient?
Zo ja, bereken de kans. Zo nee, waarom niet?

Opdracht 2
Gelezen in Tijdschrift Controlling, december
2000:
Schade bij goederentransport slecht verzekert.
Goederen raken tijdens het transport naar de
klant relatief vaak beschadigd, waardoor het bedrijfsleven forse
schade lijdt. Verzekeren blijkt niet altijd de oplossing omdat in de
kleine lettertjes van de polissen veel schade wordt uitgesloten. Dit
blijkt uit een onderzoek van de EVO, de behartiger van logistieke
belangen van verladers, ontvangers en eigen vervoerders.
Enkele resultaten van dit onderzoek;
* maar liefst 81% van de 1500 ondervraagde bedrijven heeft te
maken gehad met transportschade
* bij 20% van de bedrijven met schade ging het om een
schadebedrag van meer dan ƒ25.000,-
* bij 5% van de bedrijven met schade was de schade boven de
ƒ250.000,-
* in geval van schade doet de helft van de respondenten
tevergeefs een beroep op de verzekeraar. Neem aan dat dit
onafhankelijk is van de hoogte van de schade.
a) Geef de bovenstaande onderzoeksresultaten op een overzichtelijke
en leesbare wijze weer in een boomdiagram met bijbehorende kansen.
b) Bereken de kans dat een bedrijf een schade van minder dan
ƒ25.000 niet vergoed krijgt.

Opdracht 3
Voor merk X blijkt nu te gelden:

Groepsindeling:
Groep 1: zegt zeker X te gaan kopen
Groep 2: koopt waarschijnlijk X
Groep 3: koopt misschien X
Groep 4: koopt X niet
a)
Bereken de kans dat een willekeurige consument merk X zal
gaan kopen.
b)
U staat bij een supermarkt en u ziet iemand naar buiten komen
die net een nieuw pak van merk X heeft gekocht. Hoe groot is de kans
dat deze persoon behoort tot groep 1?
Het boomdiagram biedt een manier om een korte-
en een lange termijn beleid op te stellen voor behoud of vergroting
van het marktaandeel.
c)
Korte termijn.
De groepen 2 en 3 zijn vrij gevoelig voor de prijs van X. Via de
prijs (b.v. een prijspromotie) kan X aantrekkelijker worden voor
groep 2 en groep 3.
Stel dat uw prijsaanpak de koopwaarschijnlijkheid binnen groep 2
vergroot tot 55% en binnen groep 3 tot 40%. Voor groep 1 en 4 zijn
er geen wijzigingen.
Bereken de kans dat een willekeurige consument merk X zal gaan
kopen.
d)
Lange termijn.
Hierbij gaat het om vergroting en consolidering van de merkaanhang.
Via zaken als verpakking, reclame en promoties probeert u het merk
zo sterk mogelijk te binden aan voor de consument belangrijke
waarden. Dit alles is gericht op de vergroting van groep 1 en op de
intensivering van hun merkvoorkeur.
Stel dat deze aanpak de groepsindeling wijzigt in:
|
Groep 1 |
Groep 2 |
Groep 3 |
Groep 4 |
Totaal |
|
60% |
12% |
6% |
22% |
100% |
Bereken de kans dat een willekeurige consument merk X zal gaan
kopen.

Opdracht 4*
U houdt een telefonische enquête onder
bedrijven in de regio Arnhem. Uit eerdere onderzoeken weet u dat de
non respons (bedrijven willen of kunnen geen medewerking verlenen
aan de enquête) 30% zal zijn.
a) Bereken de kans dat u bij de eerste vijf telefoontjes precies
één bedrijf aantreft dat niet mee wil of kan werken.
b) Bereken de kans dat u bij de eerste vijf telefoontjes minstens
vier bedrijven vindt die wel meewerken.
c) Men belt drie bedrijven. Daarvan kunnen er 0, 1, 2 of 3
meewerken aan het onderzoek. Bereken voor elk van deze mogelijkheden
de bijbehorende kans.

Opdracht 5*
Een bedrijf heeft in de afgelopen jaren een
vrij duidelijk beeld gekregen van het betalingsgedrag van zijn
klanten.
Wat er gebeurt met een willekeurige rekening
wordt als volgt beschreven. Een lopende rekening kan ingedeeld
worden in één van de categorieën:
L1 : de rekening loopt 0-30 dagen,
L2 : de rekening loopt 31-60 dagen,
L3 : de rekening loopt 61-90 dagen.
B : betaalde rekeningen,
W : afgeboekt als wanbetaling.
De overgangen tussen deze mogelijkheden zijn
samengevat in onderstaand boomdiagram.

a) Bereken de kans dat de rekening binnen 60 dagen wordt betaald.
b) Bereken de kans dat een rekening wordt afgeboekt als
wanbetaling.
c) Bereken op twee manieren dat een rekening niet wordt afgeboekt
als wanbetaling.
d) Bereken de kans dat een rekening die na 30 dagen nog niet
betaald alsnog betaald wordt.
e) Bereken de kans dat een rekening die betaald is een rekening was
die 31-60 dagen uitstond.

Opdracht 6
Verzekeringsmaatschappij “Buitenwesten” heeft
onderzoek gedaan naar het aantal schadeclaims van verzekerden, in
verband met woninginbraken. Hieruit blijkt dat het aantal claims per
week in een bepaalde wijk van een zeker stad de volgende
kansverdeling heeft.
|
Aantal claims |
0 |
1 |
2 |
3 |
4 |
|
Kans |
0,6 |
0,2 |
0,1 |
0,05 |
0,05 |
a) Bereken de verwachting en de bijbehorende standaarddeviatie van
het aantal schadeclaims per week.
b) Geef de betekenis in gewoon Nederlands en in termen van de
context van de verwachting en de bijbehorende standaarddeviatie.

Opdracht 7
In een bepaalde stadswijk valt gedurende een
maand een aantal straatlantaarns uit, doordat de lamp defect is.
Het aantal defecte lampen per maand x
heeft de volgende kansverdeling:
|
Aantal defecte lampen |
0 |
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
|
Kans |
0,15 |
0,25 |
0,30 |
0,15 |
0,10 |
0,05 |
a) Bereken de verwachting en de bijbehorende standaarddeviatie van
het aantal defecte lampen per maand.
b) Geef de betekenis in gewoon Nederlands en in termen van de
context van de verwachting en de bijbehorende standaarddeviatie.

Opdracht 8*
Een firma verkoopt tweedehands computers. De
firma geeft één jaar garantie op de computers. De firma heeft op
basis van jarenlange ervaring de volgende kanstabel opgesteld voor
het aantal storingen binnen een jaar van één computer.
|
Aantal storingen |
0 |
1 |
2 |
3 |
|
Kans |
0,5 |
0,3 |
0,15 |
0,05 |
a) Bereken in twee decimalen nauwkeurig de verwachting van het
aantal storingen en leg uit wat deze uitkomst voor betekenis heeft.
De firma wil een inschatting maken van de te
verwachten reparatiekosten. Met een servicebedrijf is de afspraak
gemaakt dat er in de garantieperiode van één jaar €80,- per
reparatie wordt betaald.
b) Bereken de verwachting van de reparatiekosten van één verkochte
computer afgerond op hele euro’s.

Opdracht 9
Xerox Corporation is (was?) een multinational
die op het gebied va informatietechnologie zowel producten als
diensten aanbiedt. Het meest bekend zijn de kopieerapparaten, maar
de firma houdt zich met veel meer zaken bezig. Zo is er bijvoorbeeld
de afdeling Multinational Documentation and Training Services MD&TS,
die een team van professionele schrijvers en vertalers in dienst
heeft.
Deze afdeling beschikt over een netwerk van
computers voor haar medewerkers. Maar het bleek dat tijdens
piekperioden sommige medewerkers geen toegang konden krijgen tot het
systeem. Om dit probleem op te kunnen lossen, werd een
computersimulatiemodel ontworpen. De volgende kanstabel vormde een
van de gegevens die aan het model ten grondslag lagen.
|
Tijdsduur van een computersessie |
Kans |
|
10 |
0,05 |
|
20 |
0,06 |
|
30 |
0,08 |
|
40 |
0,20 |
|
50 |
0,25 |
|
60 |
0,20 |
|
70 |
0,08 |
|
80 |
0,06 |
|
90 |
0,02 |
Bron:
dhr. S.M. Flouris van Xerox Xorporation.
(terwille van de eenvoud zijn de werkelijke
gegevens aangepast).
a) Bereken de verwachting en de bijbehorende standaarddeviatie van
de tijdsduur van een computersessie.
De kosten voor het gebruik van het
computersysteem bedragen $12 per minuut. Een medewerker van de
afdeling MD&TS maakt in een zekere week vijf keer gebruik van het
computernetwerk.
b) Bereken de verwachting van de totale kosten van deze vijf
computersessies.

Opdracht 10
Een bedrijf maakt een product A. Er wordt
gestreefd naar een productie van 5000 eenheden per week. Door
allerlei omstandigheden varieert de geproduceerde hoeveelheid. Voor
iedere werkweek van vijf dagen zijn de productiegrootte en de kans
op die productiegrootte bekend.
Geproduceerde aantal eenheden per "werkweek"
van product A en de bijbehorende kansen.
|
Aantal eenheden |
4500 |
4700 |
4800 |
5000 |
5200 |
|
Kans |
0,02 |
0,10 |
0,18 |
0,60 |
0,10 |
Bron: intern onderzoek.
a) Bereken de verwachting en de bijbehorende standaarddeviatie van
de productie per week.
b) De productiekosten per eenheid bedragen € 0,10 . Bereken de
verwachting en de bijbehorende standaarddeviatie van de
productiekosten per week.
c) Stel dat de vaste kosten per week gelijk zijn aan €300,-.
Bereken de verwachting en de bijbehorende standaarddeviatie van de
totale kosten per week.

Opdracht 11*
Tijdens het produceren van een partij machinaal
geweefde vloerkleden zijn door een afstellingfout aan de machine
kleine weeffoutjes ontstaan. Men heeft vastgesteld dat het aantal
fouten k dat in een kleed voorkomt als de machine deze
afstellingfout heeft de volgende kansverdeling heeft :
|
Aantal Weeffouten |
0 |
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 of meer |
|
Kans |
0,16 |
0,30 |
0,27 |
A |
0,07 |
0,03 |
0,01 |
0 |
a) Bereken de ontbrekende kans A.
b) Bereken de kans dat er in één kleed meer dan 2 fouten voorkomen.
Beschouw nu eens twee
vloerkleden.
c) Bereken de kans dat in ieder kleed 0 fouten voorkomen.
d) Bereken de kans dat in beide kleden samen precies 2 fouten
voorkomen.
e) Bereken de verwachting en de bijbehorende standaarddeviatie van
het aantal fouten in een kleed.
f) Geef in gewoon Nederlands en in termen van de context de
betekenis van de berekende verwachting en standaarddeviatie.
De kleden zonder fouten verkoopt de fabrikant
voor €500,- per stuk aan de detailhandel, de kleden met 1 of meer
fouten gaan voor €200,- per stuk naar een dumphandelaar.
g) Bereken de verwachting en de bijbehorende standaarddeviatie van
de inkomsten per kleed dat geproduceerd wordt terwijl de machine
bovengenoemde afstellingfout heeft.

Opdracht 12
De 7%-obligatielening van de gemeente
Failliserwaard heeft een looptijd van 20 jaar. Er vinden 4
uitlotingen plaats voor het einde van deze looptijd. De 5e en
laatste uitloting staat gelijk aan het vereffenen van de lening. In
totaal zijn er 5000 obligaties van nominaal € 1.000,- verhandeld.
Per uitloting worden er nu 1000 obligaties uitgeloot. Bij de
laatste uitloting worden de laatste 1000 obligaties sowieso
uitbetaald.
Barones van Failliet is in het bezit van één
obligatie.
De letter W betekent dat die ene obligatie Wel
wordt uitgeloot en de letter N dat die ene obligatie Niet
wordt uitgeloot.

a) Neem het boomdiagram over en maak het af met het aantal
uitlotingen en de bijbehorende kansen.
b) Bereken de kans dat de obligatie bij de derde trekking wordt
uitgeloot. En de vierde.
Bij een uitloting van obligaties ontvangt men
uiteraard het nominale bedrag plus de rente die men aan het eind van
de looptijd van deze 7%-obligatielening zou ontvangen.
Bij elke uitloting beschikt men dus eerder over
dit bedrag. Het effectief rendement is dan ook per uitloting
verschillend.
Dit rendement met bijbehorende kansen van
voorkomen per jaar van uitloting is weergegeven in de onderstaande
tabel.
|
PRIVATE uitloting |
1e |
2e |
3e |
4e |
5e |
|
effectief rendement in procenten |
24,7 |
13,3 |
9,8 |
8,0 |
7,0 |
|
bijbehorende kans |
0,2 |
0,2 |
0,2 |
0,2 |
0,2 |
c) Bereken de verwachting en de bijbehorende standaarddeviatie van
het effectieve rendement van één obligatie.
 |